Nelleke, telleke, tol
Karwitsel, karwatsel, kartol!
Met deze toverspreuk kon tientje tel bolletjes op haar sjaal toveren.
Het waren er TIEN.
Wanneer ze terug haar toverspreuk gebruikte veranderden de bollen van plaats.
Zo werden het eens 4 + 6 bollen = 10
Ook de kinderen konden de bollen een andere plaats geven en altijd bleef het eindresultaat TIEN.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten